Wij glimlachen en knikken. Diplomatie of slijmerij? Jij beslist.
Plaatsvervangende schaamte was het gevoel. Terwijl wij onze nieuwsapps openen bij een kop koffie die wéér duurder is geworden, lezen wij de brief van onze NAVO-baas aan big daddy — ook wel Trump genoemd.
Diplomatiek geformuleerd, keurig verpakt, maar doordrenkt van slijm. Een brief die niet vraagt, maar smeekt. Niet spreekt, maar fluistert. Een brief die met gevouwen handen is geschreven en zorgvuldig ontdaan van ruggengraat.
Wij fluisteren, buigen, glimlachen en knikken plichtsgetrouw. Alsof het een gesprek is met iemand bij wie je vooral niet te kritisch mag zijn. Alles om de sfeer goed te houden. Alles om een aai over de bol niet mis te lopen.
Spierballentaal laten we graag aan anderen over.
Waar de Fransen nog weleens met de vuist op tafel slaan en hun belangen verdedigen, leggen wij uit hoe begripvol wij zijn. Hoe redelijk. Hoe meegaand.
Misschien is dat wel ons échte exportproduct. Niet kaas. Niet tulpen. Maar onderdanigheid, keurig verpakt met een stropdas.
Dat noemt men dan diplomatie. Maar het voelt als knielen. Als vooruitbuigen zonder de intentie weer rechtop te komen.
Principes blijken vloeibaar zodra de macht groot is en de toon dwingend.
Het pijnlijke is niet dat we buigen.
Het pijnlijke is dat we het inmiddels normaal vinden.
En wat normaal voelt, verdedig je.
Zelfs als het vernederend is.
Deze tekst is een opiniestuk met een satirische inslag.
Zondagse Pieker
Dave Anker



