De eed is nog niet koud of de teleurstelling brandt al. Het gevoel van belazerd worden kroop meteen omhoog.
We wisten het al: het wordt geen spektakel. Je kijkt naar het doek, ziet dezelfde gezichten, dezelfde nepglimlachen, dezelfde beloftes die al duizend keer zijn gebroken.
Telkens weer begint na die keurige eed de aftelling naar de volgende teleurstelling.
De beëdiging. Een film die niemand wilde zien, en nu krijgen we deel zoveel. Dezelfde cast, dezelfde slechte review, met een regisseur die hoopt dat we aan collectief geheugenverlies lijden.
In Den Haag wisselen de acteurs maar het script blijft liggen. Toch klappen velen braaf mee en doen we alsof dit leiderschap is. Mooie woorden en grote beloften, met uiteindelijk dezelfde cliffhanger: “Dit keer wordt het echt anders.” Dat zeiden ze de vorige keer ook.
De kritische kijker? Die bleef thuis en keek liever naar TellSell. Waarom zou je betalen voor herhaling van teleurstelling? Zo denkt men.
Nieuwe gezichten brachten misschien een sprankje hoop. Maar hier? Geen frisse ideeën. Alleen gerecyclede poppetjes die hun falen al bewezen hebben.
De bioscoop bleef leeg die dag.
Men noemde het een ceremonie. Wij noemen het een toneelstuk. Poppetjes op een podium, alsof decor en kostuums iets verbergen. Alsof ze kunnen overtuigen dat deze film beter wordt dan de vorige.
Voor wie door de opgeleukte cv’s heen het script ziet: herhaling. Schijn. Blunders.
Deze B-film? Ik kocht geen kaartje. Van ons geen applaus. De echte première blijft uit.
Want wie dit gelooft, wie hier nog op vertrouwt, heeft voor niks popcorn gehaald en te veel vertrouwen meegenomen.
Dave Anker



